Het is een beer. Geen mietje, hoor. Een beer met borsthaar. Vanaf het moment dat hij mee naar huis mag, ontdooit zelfs de meest macho poppenhater. Van het ene op het andere moment geven stoere jongetjes zich over aan het vadergevoel en smelten zij weg in zorgtaken.
Zijn bereninvloed is enorm en voor je het weet loop je voor gek in een Franse hypermarché en doorkruis je als volwassene de lange winkelpaden met een beer in je armen, omdat de speelgoedafdeling het tijdelijk wint van het verantwoordelijkheidsgevoel van de nieuwe vader. Leg dat maar eens uit in je beste Frans, aan de vrouw achter de kaasjes. Of hijg en hobbel je nietsvermoedend over bergpaden met een beer op je rug. En voel je bij het passeren van andere wandelaars dat ze naar je om kijken, maar ja….alles voor Brom!
Het valt niet mee om fulltime vader te zijn. Vooral niet, als zoonlief zich meer dan een week in die vaderrol moet voegen. Vertederend is het wel, vaderschap in de dop. Hem zo te zien tuttelen, met lastige broekjes en recalcitrante hemmetjes, af en toe belerend tegen de beer hoor praten, als een volleerd vader. Als ik hem voorstel om de reeds in huis aanwezige beren een nieuw leven in te blazen, is hij verontwaardigd: een surrogaat beer wil hij niet. Hij wil alleen Brom.
Een prachtige herinnering aan de kleutertijd van Hessel op de Tamsmaskoalle in Tzummarum.
In de ban van Brom
Een dag uit het leven van een vertelbeer
Op een gewone dag in juni kwam hij eindelijk, die zogenaamde vertelbeer. We hadden een “bruine” verwacht, type Winnnie-the-Pooh: dik buikje, dommige blik, frivool truitje. Maar dit heerschap, (als we tenminste aannemen dat het hier om een beer van het mannelijk geslacht ging), was niet het trendy figuur, wiens portret op schriftjes, potloden en gummetjes gedrukt zou staan. Geen idool dus, maar wel een held.
Voor een beer had hij een ongewoon blauw vachtje, had donkere maar vriendelijke trouwe berenogen en hij straalde iets vertrouwds uit. Geen druk, hip t-shirt, maar een gemêleerd truitje, gemaakt van een restje acryl dat waarschijnlijk al jaren wat verloren in het breimandje van een oma lag. Te klein voor een baby, precies goed voor een vertelbeer. Hij was iets te warm gekleed die ochtend, maar zonder zijn mintgroene gehaakte slaapzakje ging hij op pad.
Zo onopvallend gekleed, maar meteen nadrukkelijk aanwezig. Brom blijkt namelijk een beer te zijn, die met de nodige égards behandeld moet worden. Uit school moet hij even rusten, uiteraard languit op de bank, met een colaatje erbij. Vergeet vooral het koekje niet. Liever niet te klein, een stuk chocolade zou perfect zijn. Na het rusten wil hij wel even op de computer werken. Huishoudelijke klusjes, met name stofzuigen, haat hij! Stel deze bezigheden gerust uit tot na zijn vertrek. Het is ook niet toegestaan om opgetild te worden door een oudere zus.
Alleen kleuters weten hem juist te benaderen. Brom mag overal mee naar toe. Ik voelde me haast schuldig hem achter te laten in de auto tijdens de zwemles, maar hem kwijtraken in een kleedkamer vol nieuwsgierige kinderen zou zoveel erger zijn: het spookbeeld van 30 ontroostbare kleuters verloor het van gelukkig van mijn verstand. Als ik tussendoor de auto van brandstof ga voorzien, betrap ik mezelf op een gesprek van vrouw tot beer. Gelukkig hebben passerende tankers niets in de gaten.
Een uitgebalanceerd diner is niet aan Brom besteed. Zijn gevoelige berenmaag verdraagt geen gezonde groente. Hij mag wel patat met ’n kroketje erbij. Na een halve dag Brom lijkt het alsof er een dictator, staatshoofd of ander Very Important Person de macht in ons gezin heeft overgenomen. Of is deze situatie slechts schijn en wordt nu de ware aard en het gedrag van ons kind gespiegeld in een zwijgzame, neutrale vertelbeer.
Hoogtepunt van de dag is het naar-bed-gaan. Op normale dagen nogal eens een moment van discussie. Vandaag, op Bromdag, verloopt alles soepel. Brom wil wel graag een verhaaltje voorgelezen krijgen, anders kan hij niet slapen. Het lichtje moet aanblijven voor het geval dat Brom moet gaan plassen en zou kunnen struikelen over het spoor, de autootjes en een complete reddingsbrigade.
Er moet ook een foto gemaakt worden, als beiden slapen, voor in het schrift: het keiharde bewijs dat Brom geweest is. En zo gaat Brom de nacht in, in de armen van wéér een ander kind. Het maakt hem niet uit, hij laat het allemaal lijdzaam toe: hij speelt het spel en droomt de dromen van het kind waar hij met recht “te gast” is. Hij ziet alles en hoort alles, maar vertelt de volgende morgen alleen wat het kind erover kwijt wil …
