Wanneer ik tijdens het petit déjeuner nietsvermoedend een hap neem van de krakend verse croissant van de dorpsbakker in Fleurie, verschijnt opeens Joseph Bouchard van de kasteelburen op ons terras, dat grenst aan de wijngaarden van Château de Poncié. Hij komt ons informeren over nachtelijke onrust. Een decreet van hoger hand, la préfecture du Rhône. In de strijd tegen de ziekte flavescense dorée (een virusziekte die wordt overgebracht door een insect, de cicadelle) is het nodig om deze te bestrijden met insecticide.

Dat is bij Château de Poncié niet een kwestie van ‘even de gifspuit’ erop. Het landgoed bezit 35 hectare wijngaarden en heeft het certificaat Agriculture Biologique. In ‘onze’ wijngaard Le Carcan zien we dat terug. Geen strakke, onkruidloze paden tussen de rijen, maar granen, korenbloemen, klaprozen en zelfs riddersporen vormen een kleurrijk contract met het verse wijngroen van de gamay. Waar vlinders en ijverige bijen vrolijk dartelen: de wijngaard leeft! Het product dat gebruikt wordt in de biologische wijnbouw is op natuurlijke basis, maar is niet selectief. Dus dat zou betekenen dat het naast de cicadelle, ook alle andere insecten (bijen!) op de bloemen in de wijngaard doodt. De enige mogelijkheid is om na zonsondergang en voor zonsopgang aan de slag te gaan. ’s Nachts dus, wanneer u en de bijen slapen, zo legt Joseph ons met een knipoog uit. Om er vrolijk aan toe te voegen: “Kom vooral eens langs op het château, om de biologische wijnen te proeven en nader kennis te maken”.
Plattelandsgeluiden? Klagen verboden!
Proeven doe ik uiteraard graag en ik beloof een afspraak te maken. En klagen over plattelandsgeluiden, dat kan in Frankrijk niet meer. Sinds enige jaren heeft de Assemblée Nationale in Parijs een wet aangenomen die geluiden en geuren van het platteland tot ‘patrimoine sensoriel’, zintuigelijk erfgoed, heeft verklaard. Het is zinloos om bij de autoriteiten te klagen over het gezang van de cigales, het kraaien van een haan, het slaan van een dorpskerkklok, de herrie van de druivenoogst, de intense geuren van een mesthoop: het is allemaal bij wet beschermd plattelandserfgoed. Sterker nog, ik herinner me dat dit zelfs in de algemene voorwaarden van een gerenommeerde Franse huisjesverhuurder stond, maar kon het bewijsstuk hiervoor niet terugvinden.
Op een veiling verkocht
De wortels van Château de Poncié gaan terug tot het jaar 949, toen het landgoed Poncié al bekend stond om zijn kwaliteitswijnen. In die tijd was het niet ongebruikelijk om iets- in dit geval een wijngoed – aan te bieden “om je ziel te redden” en kwam het in handen van de abdij van Cluny. De eeuwen daarna gaat de eigendom van de wijngaarden via schildknapen, provoosten en heren over aan de burgemeester van Fleurie, Adrien de Verdonnet. Na zijn dood werd het landgoed op een veiling verkocht. In 1884 aarzelde Antonin Bouchard, die zijn agrarische eigendommen wilde uitbreiden, tussen het landgoed Clos de Vougeot (een van de grootste wijndomeinen ter wereld in Bourgogne) en het Château de Poncié. Hij liet zijn hart kiezen, zette zijn koffers neer in het lieu-dit Poncié en breidde het landgoed vervolgens uit door vele omliggende percelen te kopen.

Voor 98% rood
Sinds 2016 is de filosofie van het château om ver weg te blijven van de intensieve landbouw, te luisteren naar de natuur en is de omslag gemaakt naar biologische landbouw. Voor een bezoek en rondleiding schuif ik aan bij een groep Amerikanen, die in onze ‘achtertuin’ op de platanenlaan al aandachtig staat te luisteren naar gids Robin Alloin. Zoals verwacht kunnen ze het niet laten om over de amazing wines van Californië te beginnen en kijken bedenkelijk naar het stijgende, hobbelige pad dat ze moeten slechten. Onze gids voelt dat haarscherp aan en heeft geen zin in geklaag, dus keren we om richting de cave van het château, waar we vier wijnen proeven. De stemming blijft lauw en een dame klaagt steen en been over het aanbod: “I only drink white wine”. Tsja, dat valt niet mee in de cru Fleurie waar rode wijn voor 98% de dienst uit maakt. Dus drinkt ze gretig het eerste glas Le Blanc du Château de Poncié (Beaujolais Villages), gemaakt van de andere druif van Beaujolais, chardonnay en dan lekker ordinair vet Amerikaans uitgesproken. De crachoir negeren ze overigens. Gelukkig heeft het illustere gezelschap veel haast om hun tour de France af te jakkeren en keert de rust weder op Poncié.

‘Te warm? Dan gaan we iets anders verbouwen’
Wanneer ik beleefd wat wijn wil kopen om het bezoek af te ronden, blijkt dat niet geheel de bedoeling te zijn. Er volgt nog een privérondleiding. Zonder enige vorm van gejaagdheid of de vertroebeling door klagende toeristen, lopen we nogmaals de heuvel op en struinen we door de wijngaarden rondom ons huis. Ik mag vragen wat ik wil aan mijn gids. In de wijngaard, uitkijkend over het panoramische uitzicht op Fleurie, spreken we over snoeiwijzen, bedreigingen, terroirverschillen en klimatologische uitdagingen. Hij legt mij alles uit over die enge wijngaardziekte en de nachtelijke behandelingen en over de naar het noorden oprukkende hitte. Is wijnbouw hier nog wel mogelijk over een paar jaar? Mijn gids is daar nuchter in: dan gaan we iets anders verbouwen of kopen wijngaarden in Noord-Frankrijk. Of in Nederland natuurlijk, want daar is het een stuk koeler.





Een kroon op zintuigelijk erfgoed
Mijn wijnhart verkeert in opperste staat van geluk en de glimlach waarmee ik – met wijntrofeeën als bewijsmateriaal – terugkeer bij de gîte, blijft er dagenlang opzitten. Het was een heerlijk verblijf in de wijngaarden van Château le Poncié. Ondanks, maar vooral dankzij de vele plattelandsgeluiden. De klaaglijke avondroep van de pauwen in de tuin van het chateau, de obligate deuntjes van de dorpsfanfare op de langste dag van het jaar en de krassende kraaien in de platanen die luidruchtig hun jongen grootbrengen, het monotone gebrom van wijngaardtractors in de nacht en vroege ochtend, allemaal met de missie in hun tank om voor ons mooie wijn te maken. Plattelandsgeluiden die de zintuigen prikkelen, en hoe! Toch ontbreekt er iets. Een geluid dat onmiskenbaar verbonden is met het platteland van Zuid-Frankrijk: het geluid van de cigales. Hun concert is voor mij de kroon op het zintuigelijk erfgoed. Voor geluidsoverlast van de cigales – dat heerlijke gerasp, onlosmakelijk verbonden aan de Provence – moet je uiteraard net iets zuidelijker zijn. Een pijnlijk gemis van een zalig plattelandsgeluid. Soit, heb ik toch iets te klagen.

Geproefde wijnen
949 Fleurie 2018: Deze rode wijn is afkomstig van verschillende percelen wijnstokken van gemiddeld 25 jaar oud, gelegen bij het Château de Poncié, maar ook op de heuvels van Montgenas (structuur) en Brirette (elegantie). Een fruitige (aardbei, bessen, zwarte kersen) en fluweelzachte wijn, sappig en vol karakter. Goede zuren en typische Beaujolais met veel karakter. Verfijnde aromatische neus met gekonfijt rood fruit. In de mond sappig, expressief en verfijnd.
Fleurie Les Hauts du Py 2018: De heuvel Côte du Py kennen we vooral van de cru Morgon. Château du Poncié bezit enkele wijngaarden die ook op deze heuvel liggen, maar behoren tot de cru Fleurie. De wijngaarden liggen hier hoog (410 meter)op deze heuvel, omringd door bomen. De onderbodem bestaat uit voornamelijk uit granit rose, met wat kwarts en een klein deel klei. Een net iets ander terroir en dat ruik en proef je. Veel fruit (bramen, zwarte kessen en bosbes). Compleze wijn: weelderig, zacht en gul.
Côte de Brouilly Le Pavé 2021: Le Pavé is een wijngaard met steile hellingen op de oostelijke flank van de Mont Brouilly. De bodem is hier vulkanisch (pierre bleue) en de wijnstokken zijn oude knakkers van meer dan 80 jaar oud. Intens robijnrode kleur. Geurt heerlijk: klein rood fruit met een vleug viooltje en pioenroos. Prachtige zuren, vriendelijke tannines en een klein bittertje. Zeer fijne en toegankelijke ‘familiewijn’.
Fleurie Les Moriers 2018: Les Moriers is de naam van een iconisch terroir van Fleurie, gelegen op de steile wijngaarden achter ons vakantieverblijf, aan de andere kant van de heuvel. Ze grenzen aan de appellation Moulin-à-Vent en liggen op het noordoosten van de helling. De wijnstokken gamay à jus blanc hebben de respectabele leeftijd van 70 jaar en wortelen in een bodem waarin een ader quartz is verweven in het kenmerkende graniet (met een beetje klei) van Fleurie. De kleur van de wijn is diep granaatrood met paarsachtige nuances. De geur is complex, elegant en aromatisch. Zwarte kersen en bessen domineren, dan volgt een pepertje en – probeer dat maar eens aan een Fransman uit te leggen – de smaak van drop. Ik leg het maar uit als ‘mineralité’ en daarin kan Robin zich vinden. De wijn krijgt een houtopvoeding van 10-12 maanden in eikenhouten vaten van 3-5 jaar oud, waardoor hij staat als een brok graniet, maar evengoed subtiel blijft. Het hout is de tannines te lijf gegaan en ook de tijd heeft zijn werk gedaan. De afdronk is zo lang als de echo van een santé door een holle wijnkelder en brengt ook uitzonderlijk veel kruidigheid mee. Prachtig!
Fleurie Les Moriers 2016: Granaatrode kleur, met duidelijke sporen van ‘veroudering’. Heeft twee jaar langer de tijd gehad om zich te ontwikkelen. De overtreffende trap: verfijnder, eleganter, complexer.
Waar te koop?
Château de Poncié, 1087 route de Poncié, 69820 Fleurie, www.chateaudeponcie.fr.
Een deel van dit artikel is ook gepubliceerd op de website Kijk, Zuid-Frankrijk op 30 september 2023.
